Podium

Onze nieuwe kater

Onze nieuwe kater    
  WALTER LANDESBERGEN

marketeer 

Kenner van tuincentra, van groen, van bloemen en planten. Neerlandicus. Taalvirtuoos. Schrijver van cursiefjes.

oegstgeestcursief.blogspot.com

  

Ze heeft gelijk: ons huis schreeuwde om een kat.
Een kat die languit in de bank ligt te slapen, die in de vensterbank zit te spinnen, die op mijn bureau doezelt, in de tuin een vlinder achterna zit, voor de houtkachel dut, uit de pannen likt, kikkers en knikkers narent, tegen je miauwt als je uit werk komt, aan je voeteneind slaapt waardoor je niet op je andere zij kan draaien...


Monique kon wel 100 redenen opsommen. 't Is zo gezellig in huis, en het hoort toch, dat kinderen met huisdieren opgroeien!
Haar betoog was geen betoog. Haar argumenten waren geen argumenten. Haar spreken had de status van een zakelijke beschrijving, haar argumenten die van een feit. De jongens onderschreven alles wat hun mama zei.

Een rood katertje van een week of 8. De laatste uit het nest, zeer aanhankelijk, zindelijk en je kan hem zo in je nek leggen, zei Nick Wagensveld, vader van het katertje en vriend van onze oudste zoon. Nick had ons al eerder uitgenodigd om te komen kijken hoe aanhankelijk en zindelijk het beestje wel was en hoe je hem in je nek moest leggen.
De zaak was beklonken. Voordat een van ons vieren het beestje had gezien, wisten we dat hij een leuk koppie had, mooie oogjes, een lief roze neusje en dito teentjes. Monique en Lars namen de fiets en reden recht op ons geluk af de straat uit.
Een uur later kwamen ze terug. Vol van onze nieuwe kat. Hij heeft zo'n leuk koppie, zei Lars, zo'n schattig roze neusje, zei Monique, morgen gaan we hem halen. Carl was opgetogen en zenuwachtig voor de dag die komen zou. Hij ging vroeger naar bed dan anders. En ik, ik vind het geweldig dat er straks weer een kat in ons huis woont. Dit huis schreeuwt om een kat.

Dat de jongens nog maar kort geleden voor behoorlijk wat geld zijn onderzocht op allergie, en dat uit de testen bleek dat beiden, de een wat meer dan de ander, allergisch zijn voor poezenbeesten, dat heeft in de beslissing om het katertje - hoe heet-ie eigenlijk? - in ons gezin op te nemen geen rol van betekenis gespeeld.

---

Wat vind je van Nero?
Nero? zei ik, nee, Nero kan echt niet. Nero is opperschurk onder de schurken. Hij liet Joden in doeken wikkelen om ze vervolgens aan te steken als straatverlichting! Met die naam kan je onze nieuwe kat niet bevuilen.
Verzin jij dan maar een naam die bij hem past, zei Monique.
Piet, zei ik.
Piet!? Ik noem mijn kat beslist geen Piet. Toch geen naam voor een kat, Piet.
Ik vind Piet prachtig. Piet hoort bij een rode kater.
Piet wordt het niet. Punt uit.
Rome dan, caput mundi.
Het was even stil, Rome kreeg een kans. Maar het bleef te lang stil. Rome zou het niet worden.
Romeo?
Nee, Romeo niet, dat klinkt weer zo tuttig.
Wat denk je van Daan, zei ik. Daan is een mooie oud-Hollandse naam, net als Gijs.
Ook bij Daan bleef het stil. Oei, wat dom dat ik haar in haar overwegingen stoorde.
Maar als je hem dan toch Daan noemt, kan je hem net zo goed Piet noemen.
Dat was fout van me. Nu werd het ook geen Daan.
Vivaldi, stelde ik voor. Vivaldi had ook rood haar, bovendien is de associatie prettig.
Wel origineel, maar het is te lang en je kan dat toch niet roepen, weerlegde Monique.
Frodo vind ik niks, zei ik. We hebben al een Frodo gehad. Er is maar één Frodo.
Je hebt gelijk, Frodo kan niet.
Bert, naar opa, zei mijn nicht Yentl, die even naar onze aanwinst kwam kijken.
Nee, geen Bert. Bovendien moet er iets roods in zitten.
Roderik, zei Lars.
Rooie, zei Carl.
Piet, zei ik.

We stopten ermee. Ik ging naar het zwembad om banen te trekken, Monique en Lars naar de bibliotheek voor boeken over namen, Carl zette de televisie aan.

Allemaal weer thuis begon het naamgeven opnieuw.

We hebben wat gevonden, zei Lars: Valentijn, Vito, Eros en Wilhelmus.
Niks, zei ik. Piet is nog steeds het best.
Over Piet wil ik niets meer horen, gebood Monique, vreselijk.
Ik probeerde: laten we hem naar een stoere Griek noemen. Iemand die zich onderscheidde in de Trojaanse oorlog. Dat leek Monique wel wat.
Ajax, zei ik. Ze wendde haar gezicht af en liep de tuin in.
Naar een kunstenaar dan, riep ik haar na: Leonardo, daar zit Leo in, van Leeuw.
Leeuw, kan trouwens ook.
Rodo, zei Carl. Aan Monique haar reactie zag ik dat Carl nog het dichtst bij haar goedkeuring kwam.
Maar Rodo wordt het niet, zei ik. Dat is bijna hetzelfde als Frodo. Waarom noemen we het beest niet gewoon Piet! Het woordje Piet slikte ik in, maar aan Lars zijn lachen wist Monique wat er aan de hand was.

Giotto?

We sliepen er een nachtje over.

De wekker ging. Ik stapte uit bed.

Tijger, zei Monique.
Nee, tijger is niks. De kat van mijn moeder heette al tijger.

---

Toen ik van huis naar werk reed, was het toch Rome dat de beste papieren had. Rome: stoer, kort, statig, met ro van rood en room, omdat-ie ook wel romig is. Monique leek te hebben besloten. Maar ik hoorde aan haar zelfverzekerd spreken, dat ze eenvoudig was over te halen met een passender roepnaam.
Op kantoor was iedereen erg behulpzaam. Maniëlle tipte me met een internetpagina waarop alle ooit voor huisdieren verzonnen namen verzameld zijn; als bonus gaf zij Oscar als optie. Jennifer kwam met Ceasar, Brutus, Minoes, Poes, en nog wat namen die het onthouden waarschijnlijk niet waard waren. Hanneke opperde Fillepoesje, gek als ze is op tennis en grote mannen. Vanuit de gang beneden werd er Balthasar naar boven gebruld. Niemand wist hoe die dikke kat van Jan, Jans en de kinderen heet. Lars belde naar kantoor om te zeggen dat Monique en hij Caneo en Latino hadden bedacht. Iemand zei Karel.
Aan het eind van de werkdag was ik niet veel verder.
Thuis gekomen heette de kat Vito. Mijn God, Vito. Ik sprak mijn veto uit. Geen Vito.

Waarom geven we het beestje niet elke week een andere naam? Om de drie weken mag iemand een naam verzinnen. Dat vond het gezin geen goed idee. Mijn laatste mogelijkheid om onze kater ooit eens Piet te noemen, al was het maar voor een week, verdampte voorgoed.
We haalden de kat met duizend-en-geen naam naar beneden en lieten hem tijdens het eten zijn nieuwe huiskamer verkennen.
Hij heeft dezelfde kleur als de vloer, zei Monique.
Dan zouden we hem ook Frans Eiken kunnen noemen. Een kat met een voor- en achternaam, dat hoor je niet elke dag, dikte ik mijn voorstel aan. Niemand reageerde.
Na het toetje had ieder zijn of haar bezigheden, Monique verdween naar boven, met de kat.
Later bleek dat zij op mijn bureau een verhaaltje van Jennifer had gevonden; over haar kater Arie die twee dagen en twee nachten zoek is geweest. Arie was net geholpen. Door de war of uit wraak had hij het ouderlijk huis achter zich gelaten, weg van het vrouwtje en weg van zijn broertje Julius. Voor altijd, naar het zich liet aanzien. Roerend verhaaltje. Herkenbaar. Allemaal hebben we wel eens radeloos naar onze kat gezocht. En hoewel Jennifer er weinig woorden eraan wijdde..., hoe invoelbaar dat torenhoge geluk dat bij een wonderbaarlijke hereniging hoort.

Het wordt Julius, zei Monique, even stralend als vastberaden. Prachtige naam. Past precies. Weet je nog dat Livia, Lars' eerste vriendinnetje, een grote Noorse boskat had die Julius heette?

Julius dus, zei ik.
Ja, Julius, zei Lars.
Ole-e, galmde Carl.

Unaniem bestegen we de trap om ons besluit de naamdrager mee te delen.

---

 

Contact

BOBHEEREN.NL
Warande 21
2404 HR Alphen aan den Rijn
06 51 557 717
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
www.bobheeren.nl

Podiumnieuws

U bevindt zich hier: Home Podium Onze nieuwe kater