De roep van de Oekroe

Bob Heeren | spreker
14 januari 2014

Ik studeerde rechten in Leiden in de jaren tachtig. Met een aantal vrienden keken we naar een One Man Show van Toon Hermans en lachten we onbedaarlijk om de Ornitoloog, de vogelkenner die de Polifinario, de Kroet en de Roepie Roepie introduceerde.


Als ik het leven van tijd tot tijd wat te serieus vind kan die act mij nog steeds opvrolijken.

Ik moest aan Toon en aan zijn merkwaardige vogels denken toen ik op 8 januari 2014 met mijn dochter bij het voormalige gemeentehuis in Heerjansdam arriveerde. Het gebouw zag er donker, leeg en een beetje spookachtig uit. We waren te vroeg voor het optreden dat ik daar die avond zou verzorgen voor de Vrouwen van Nu, afdeling Heerjansdam.

Al gauw arriveerde een tweetal bijzondere aardige en zeer kordate dames en stond mijn zangapparatuur even later opgesteld in de oude raadzaal van het gemeentehuis, op een half ronde tafel waarop nog gekromde microfoons zichtbaar waren. Heerjansdam maakt nu deel uit van Zwijndrecht en dus is het gemeentehuis verlaten. De Vrouwen van Nu, die met gemiddeld 70 tot 80 dames in ieder geval maandelijks samenkomen, mogen het gebouw in ieder geval voorlopig gebruiken, alhoewel er boze tongen zijn die beweren dat het zal worden verkocht. Daar ben ik inmiddels een fel tegenstander van.

Mijn dochter en ik viel op hoe snel een naargeestig gebouw in een aangenaam theater kan veranderen. Ik telde inderdaad ruim zeventig dames die elkaar hartelijk een gelukkig nieuwjaar wensten. Er was koffie en thee, er waren zoetigheden en in de pauze werd  – hoe toepasselijk – advocaat met slagroom geserveerd. Voorzitster Hetty Loef leidde de avond en daarmee het nieuwjaarsfeestje in. Al bij het eerste lied (A thing called love, van Johnny Cash) voelde ik dat de harten van de dames open stonden. Dat kwam goed uit want ik kan geen liedjes zingen en anekdotes vertellen met mijn hart gesloten. En nog steeds vind ik het geweldig als er mensen zijn die naar mij willen kijken en luisteren.

Waar harten open staan gebeurt iets magisch. Ik zong een mooi bedrag bij elkaar en dat geld gaat naar de Stichting Oekroe. Die naam zou zomaar een verzinsel van Toon Hermans kunnen zijn. In een adem met de Stichting Oekroe Rijnsburger noem ik altijd Jaap de Mooij, de zeer bevlogen alleskunner die werk maakt van het in de praktijk brengen van naastenliefde. Als een vogel die een hoopvolle boodschap verkondigt en ook daadwerkelijk aflevert. Oekroe organiseert vanaf 2003 iedere zomer in de Oekraïne voor meer dan 200 kinderen die uit hele arme gezinnen afkomstig zijn vakantiekampen. Niet zelden is er in die gezinnen ook nog eens het nodige aan de hand – alcohol, misbruik, ga zo maar door.

Oekro geeft die kinderen hoop, houvast, vertrouwen en vooral een onvergetelijke vakantie. Oekroe doet dat met vrijwilligers, waaronder talloze jongeren. Die het volkomen normaal vinden dat je anderen op de wereld echt helpt. En die daarmee weer andere jeugd inspireren. Oekroe put steun uit het christelijk geloof en sluit in haar werk niemand uit, zeker geen ongelovigen of anders gelovigen. Als je geld mag verdienen, zoals ik, met iets wat je als kleine jongen al wilde: mensen met liedjes en anekdotes vermaken en ze een goed gevoel geven dan is dat een voorrecht. Een vorm van groot geluk. Als in zo'n situatie geld dat afkomstig is van mooie mensen wordt doorgegeven aan kanjers die anderen die het minder hebben getroffen dan wij dan is die uitkomst veel meer dan de som van de individuele delen.

Het oude Raadhuis leek een beetje te schudden toen we met z'n allen tot slot "Per Spoor" van Guus Meeuwis zongen. Mijn dochter en ik reden dan ook met gloeiend harten terug uit Heerjansdam.

Wie meer wil weten over de vlucht van de Oekroe: www.oekroe.nl.