Haring moet daarin

Bob Heeren | storyteller
18 december 2013

Ik loop op de markt. In mijn brein herkauw ik een actueel probleem zonder de intentie te voelen daarvoor concrete oplossingen te bedenken.


Het is zaterdagmorgen en ik laat mijn hersenen uitrazen. Ze doen stretchoefeningen. Opeens blijk ik opgeslokt te zijn in de opengesperde muil van kramen, koopwaar, marktlui en van vooral veel winkelend publiek.

Ik slalom door de menigte. Ik maak er een sport van om steeds de vrije ruimte te kiezen, zodat ik effectief en doelgericht mijn plaats van bestemming kan bereiken. Ik voel mij een danser, een beoefenaar van een mysterieuze Oosterse vechtsport. Ik sla zonder te raken. Ik beweeg met de stroom mee.

In deze contemplatieve staat bereik ik de viskraam. Ik sta op een meter afstand van de verkoper. Die brult van het ene op het andere moment recht in mijn gezicht: "Ja, mensen lekkere haring, hier moet je wezen, hier moet je zijn, vier voor zes euro". Vervolgens voegt hij er op een volstrekt neutraal volume voor mij aan toe: "Uitjes los of apart, meneer?"

Ik voel me ruw gewekt vanuit een welhaast heilige, meditatieve staat. Ik knik. Uitjes, ja.

Naast mij staat een vrouw. Ze raakt vanuit het niets volledig over haar toeren als een andere visverkoper het papieren zakje waarin de haring is gestopt nog een keer in het plastic wil verpakken. "Nee, dat wil ik niet!", gilt ze. "Dat gaat allemaal maar weer in de zee!".

Even lijkt er een moment van volmaakte stilte te hangen op de markt. Dan hoor ik mezelf zeggen dat de haring toch ook uit de zee komt. De vrouw kijkt me aan en zwijgt. Langzaam dringt het volkomen gebrek aan logica van mijn opmerking tot mij door.

De vrouw betaalt, neemt haar vis mee en loopt weg.

"Doe mij ook maar geen plastic", zeg ik.