Met een mond vol tanden kun je best lekker praten

Bob Heeren | storyteller
08 januari 2022

Over de behoefte aan zingeving en de angst om tekst kwijt te zijn. Over verzamelwoede en de kracht van stilte.


De feestdagen zijn voorbij en ik doe nog even niet mee in het nieuwe jaar. In plaats daarvan rommel ik wat rond in mijn studeerkamer. Ik kijk naar een indrukwekkende rij boeken met inspirerende en bruikbare informatie. Over verschillende manieren waarop ik mijn werk het meest effectief kan uitvoeren. Of over hoe ik anders kan doen door anders te denken.
Ik vraag mij af waar deze verzamelwoede mee te maken heeft. En waarom het eigenlijk verzamelwoede heet en niet bijvoorbeeld verzamelgeluk.

In mij komt op dat ik de overtuiging heb dat ik altijd iets te zeggen en te schrijven wil hebben dat zin heeft. Als ik dieper durf te graven merk ik dat onder die overtuiging ook angst leeft. De vrees om zonder woorden te komen te staan. De tekst kwijt te zijn. Voor schut te staan.

Het gekke is alleen: in de praktijk sta ik eigenlijk nooit met mijn mond vol tanden. Ik houd zelfs van improviseren en van spontane interacties.

Daarnaast weet ik dat stilte in welk gesprek dan ook tot meer diepgang kan leiden. Als ik ergens spreek of als ik als gespreksleider leidinggevenden in een onderneming begeleid die samen willen uitzoeken wat hen zakelijk en persoonlijk drijft neem ik nog steeds te veel informatie mee. Uit de boeken in mijn studeerkamer.

Meestal kom ik tijdens zo’n bijeenkomst aan die wijsheid niet eens toe. Omdat de deelnemers en ik genoeg hebben aan de woorden die in ons opkomen.

Vanuit dat perspectief is stilte informatie zonder woorden. Een opmaat voor verdieping.

Als ik alle woorden die mij binnenvallen, ook als het er geen zijn, accepteer is iedere angst onnodig.

Is het ook niet zo dat je alleen zonder tanden onverstaanbaar bent?